Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
Praedicatho homélies à temps et à contretemps
Homélies du dimanche, homilies, homilieën, homilias. "C'est par la folie de la prédication que Dieu a jugé bon de sauver ceux qui croient" 1 Co 1,21

Openbaring in Kana (Joh. 2, 1-12) - Tweede zondag door het jaar C

Walter Covens #Homilieën in het Nederlands
2 TOC ev
 
  Na de plechtige openbaring van de Heer en het feest van zijn Doopsel hoorden we op deze tweede zondag door het kalenderjaar (eigenlijk de eerste zondag) het verhaal van de Bruiloft van Kana uit het Evangelie van de heilige Johannes. Hij is de enige die vertelt over deze gebeurtenis als eerste van de wonderen van Jezus.  In deze liturgische context gaan we proberen om kort na te denken over dit mysterie, dat enkele jaren geleden het tweede mysterie van de rozenkrans is geworden.    

    Er bestaat immers een overeenkomst tussen deze drie mysteries : de Openbaring, het Doopsel en de Bruiloft van Kana. Welke overeenkomst ? De keervers van de lofzang van Zacharias in het Getijdengebed van de Lauden van de Openbaring zet ons op het juiste spoor:
 
Vandaag wordt de Kerk verenigd met haar Gemaal : Christus, in de Jordaan, reinigt haar van haar zonden, de wijzen brengen geschenken naar de koninklijke bruiloft, het water wordt in wijn veranderd, tot vreugde van de feestgangers, halleluja.

    Het is opmerkelijk hoe beknopt en veelzeggend dit is ! Alles wordt verteld in weinig woorden. Moeilijk om beter te doen. De keervers van de lofzang van Maria (het Magnificat) in de dienst van de Vespers zegt hetzelfde maar op een iets andere manier :
 
We vieren vandaag drie mysteries : vandaag leidde de ster de wijzen naar de kribbe ; vandaag werd water in wijn veranderd op de bruiloft van Kana ; vandaag werd Christus gedoopt door Johannes in de Jordaan om ons te redden, halleluja.

    Openbaring, Doopsel, Bruiloft van Kana : deze drie gebeurtenissen vinden vanzelfsprekend op verschillende tijdstippen plaats (en op verschillende plaatsen). Toch is er een realiteit (en ik leg de nadruk op ‘realiteit’) die het mogelijk maakt om voor alle drie het woord ‘vandaag’ te gebruiken, alsof ze op één en dezelfde dag plaatsvinden. Deze realiteit is geen feit, want het gaat wel degelijk over drie verschillende feiten. Wat is die realiteit dan wel ? De realiteit zit ‘m in de betekenis van deze feiten, in hun symboliek.
 
    Maar let op! Tegenwoordig wordt onder ‘symbool’ of ‘symboliek’ altijd ‘fictie’ of ‘fictief’ verstaan, een beetje als wanneer men zegt dat iemand een grond voor een goed doel heeft afgestaan voor een ‘symbolische’ euro. Het symbool, in de ware betekenis van het woord, is geen fictie.

    Het symbool is realiteit. Het is zelfs reëler dan een simpel feit, omdat het de diepe werkelijkheid uitdrukt en omdat alleen het symbool deze diepe werkelijkheid kan uitdrukken. Het wetenschappelijke taalgebruik waaraan we gewend zijn (het is een bijna een verslaving...) slaagt er niet in om alles uit te drukken. Probeer maar eens in wetenschappelijke taal uit te drukken wat een jongeman en een jong meisje voelen wanneer ze verliefd worden op elkaar. Wat uw wetenschappelijke bekwaamheden ook zijn, deze twee jonge mensen zullen onvermijdelijk op hun honger blijven zitten wanneer ze u op deze manier horen beschrijven wat er tussen hen en in hen gebeurt, alsof u van een andere planeet kwam. Maar probeert u het als de grote dichters, dan zullen de twee geliefden naar de dichtst bijzijnde bibliotheek hollen om uw gedichtenbundel te kopen en u te vragen die aan hen op te dragen.    

    U zult zeggen :    

- Ja, maar de schrijver van het vierde evangelie is een dichter die erin is geslaagd om in beeldende taal een diepe realiteit uit te drukken. Akkoord... maar de feiten waarover hij vertelt, zijn geen historische feiten.

    Dat klopt, een getalenteerde dichter kan vertellen over een ingebeeld liefdesverhaal alsof het een waargebeurd verhaal was, met een grote geloofwaardigheid, omdat hij datgene wat andere personen, in andere tijden en op andere plaatsen hebben kunnen meemaken, kan overbrengen naar een ander kader.       

    Zo schreef een schrijver (J. Potin, Jésus, 1995) over de Bruiloft van Kana:
Voor Johannes zijn de wonderen geen machtsvertoon, zoals bij de synoptische evangeliën, maar tekenen, of anders gezegd : symbolen (...). Het symbool loopt gelijk met de realiteit van feiten (...). Onmogelijk om te zeggen wat er echt is gebeurd.

    Ik ben het eens met het eerste deel. Het tweede deel is waar voor de apocriefen, maar zeker niet voor het Evangelie van Johannes. De apocriefen zijn min of meer fictieve verhalen, die werden bedacht «voor de noden van de reden », om een geloofswaarheid te illustreren. Om de mensen, die wonderen willen zien, plezier te doen, omdat ze in de vier Evangeliën op hun honger blijven zitten, zeker wat betreft de hele kindertijd van Jezus. Deze verhalen beschrijven bijvoorbeeld de Heilige Familie tijdens de vlucht uit Egypte, terwijl ze zich voeden met vruchten van de bomen, waarvan de takken voor hen neerbuigen zodat ze de vruchten kunnen plukken. Of het kindje Jezus in Nazareth, dat keien omtovert in kleine vogeltjes, gewoon om zijn vriendjes te verbazen (terwijl Johannes ons zegt dat Jezus zijn eerste mirakel pas in Kana deed).    

    Maar het is niet op die manier dat Johannes ons het verhaal van Kana vertelt. We mogen niet vergeten dat Johannes een van de eerste apostelen van Jezus was, die op de bruiloft van Kana nog maar met vijf waren, en dus ooggetuige was.
 
Hij maakt geen onrealistische symbolen. Hij blijft dicht bij de feiten, waarbij hij doordringt tot in de onderliggende betekenis, wonderlijk of alledaags, hierbij inbegrepen het Lijden, wanneer Jezus aan het kruis wordt genageld en doorboord door de lans van de honderdman. Samen met Marcus is hij de meest realistische van de evangelisten. Hij is een discrete getuige, bescheiden, anoniem en daardoor des te meer geloofwaardig. (R. Laurentin)

    Laten we, nu dit duidelijk is, trachten te ontdekken wat de drie gebeurtenissen, waarover ik u heb verteld en waarover de keerverzen van de evangelische lofzangen van de Plechtige Openbaring spreken alsof ze op één en dezelfde dag geschiedden, gemeen hebben.

    In werkelijkheid (en dit mag letterlijk worden genomen) gaat het hier om drie openbaringen, drie uitingen van de Aanwezigheid van God in de wereld, en dit op een tastbare manier. De reden waarom men deel uitmaakt van de schepping, is niet enkel om te voorzien in zijn materiële behoeftes: eten, drinken, enz... En zelfs wanneer u samen eet, met familie of vrienden, doet u dat niet alleen om te voldoen aan uw « primaire » behoeftes. Voor een feestmaal doet u beroep op een symbolische taal om uw onthaal, uw gastvrijheid, uw gezelligheid uit te drukken... allemaal aspecten die niet te eten of te drinken zijn.

    Wel nu, ook God spreekt tot ons in tekenen. Hij sprak tot de Wijzen (en tot ieder van ons) door middel van een ster, die het de heidenen mogelijk maakte om de aanwezigheid van God te ontdekken in het hart van een klein kindje. In dit geval spreekt men over een theofanie, de openbaring van God in onze wereld.
 
    Een andere theofanie : bij het Doopsel van Jezus is het de Stem van de Vader en de Heilige Geest die het mysterie van de Heilige Drievuldigheid openbaart.     

    Ook in Kana gaat het om een openbaring van God. Dat wordt al aangegeven in vers 51 van het eerste hoofdstuk: "Ik zeg ulieden, gij zult de hemel open zien en de engelen Gods opstijgen en nederdalen op de Zoon des mensen." Dit is een aangekondigde theofanie in de toekomst. In vers 11 van hoofdstuk 2 preciseert Johannes : "Hij heeft zijn Heerlijkheid geopenbaard". En de theofanie wordt werkelijkheid.

    "Hij heeft zijn Heerlijkheid geopenbaard, en zijn discipelen geloofden in Hem". Dit is vanzelfsprekend slechts het begin van een lange weg naar het Huis van de Heer, die loopt langs het Kruis. Sommigen willen geen tekenen zien, maar harde bewijzen. Nee ! God is niet te bewijzen. Hij openbaart zich, maar respecteert onze vrijheid. Wij zijn genodigden aan de Bruiloft van het Lam, maar we zijn niet « verplicht » te komen. Het bewijs, door het te bewijzen, vormt een verplichting; het teken, door zich te openbaren, vormt een uitnodiging. Let op voor luiheid in het geloof ! Zeker, het is niet aan ons om water in wijn te veranderen. Maar we moeten geloven dat Jezus het kan, en dat hij het ook zal doen, wanneer hij dat wil; dat wil zeggen “vandaag”! Dat is onze eerste taak. Het is deze taak waarin Maria uitmunt, en dat is haar geluk. Maar onze taak is ook om het water te putten om de kruiken te vullen, om «allles te doen wat hij (ons) zegt » en om alles te doen wat Jezus niet in onze plaats zal doen, zelfs wanneer dat ons nutteloos lijkt. Ook hierin is Maria onze gids en ons voorbeeld.    

    In de tweede lezing zegt Sint-Paulus : "Aan een ieder wordt de openbaring van de Geest gegeven". Door alles te doen wat Jezus ons zegt, wordt een ieder van ons geroepen om een «theofanie in daden » te worden. De theofanie waarvan wij allen genieten, daarvan moeten wij ook de anderen laten genieten, « tot welzijn van allen », zegt Paulus. Als genodigden van de bruiloft, moeten we bedienden van de bruiloft worden. Wanneer er een dienst moet worden verleend, zijn het steeds dezelfden die antwoorden, dat is niet normaal. Op de bruiloft van Kana is het diegene die niets doet, die uitgeput raakt. Uitgeput raakt ook diegene die alles alleen wil doen. "De functies van de Kerk zijn uiteenlopend, maar het is steeds dezelfde Heer. De activiteiten zijn uiteenlopend, maar het is overal dezelfde Heer die werkt in allen ». Er zijn zovele genodigden op de bruiloft en zo weinig dienaars. Er is zoveel water om de kruiken te vullen en zo weinig wijn. Dus : aan het werk ! Er zijn zovelen die dorst hebben, er is geen wijn meer, en de bruiloft gaat pas beginnen.
 
RSS Contact